Een gebouw is pas brandveilig als het ook brandveilig wordt gebruikt. Tientallen jaren geleden werd daarom de Gebruiksvergunning ingevoerd. Het bleek een systeem met haken en ogen, dat vaak achter de feiten aanliep. Niet in de laatste plaats omdat veel gebruikers zich niet verantwoordelijk voelden, terwijl gemeenten vaak andere prioriteiten stelden. Na de ramp in 2001 bij ’t Hemeltje in Volendam kwam dat schrijnend naar voren. Zo bleek uit een onderzoek in 2002 door de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (IOVV) dat zeventig procent van de gebouwen die hiervoor in aanmerking kwamen, niet beschikten over een geldige Gebruiksvergunning.Een geweldige inhaalslag was het vervolg. Ook werd nagedacht over een andere aanpak, waarbij ook het verminderen van de regeldruk is betrokken. Zo ontstond het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken, kortweg Gebruiksbesluit, dat met ingang van 1 november 2008 van kracht wordt.
Ook volgens het Gebruiksbesluit is het belangrijk dat gebouwen brandveilig worden gebruikt. Vooral als er grotere aantallen mensen aanwezig zijn. Wat dat betreft verandert er eigenlijk niets. Wat wel nieuw is, is dat het vaak niet meer nodig is om een Gebruiksvergunning voor panden waarvan meer dan vijftig personen gebruikmaken. Een gebruiksmelding aan de gemeente volstaat veelal. Wel geldt voor panden waar kwetsbare groepen worden opgevangen een uitzondering. In bijvoorbeeld de zorgsector, gevangenissen en kinderopvang blijft een gebruiksvergunning verplicht. Volgens de huidige inzichten betekent het dat voor tachtig procent van de gebouwen die onder het Gebruiksbesluit vallen, geen Gebruiksvergunning meer nodig is. En daarvoor hoeven dus ook geen leges meer te worden betaald. Dat levert een besparing op voor de gebruikers van de meldingsplichtige gebouwen, maar het ontslaat ze niet van de plicht om ervoor te zorgen dat de gebouwen brandveilig zijn en blijven. De eisen die het Gebruiksbesluit hanteert, zijn grotendeels overgenomen uit de Modelbouwverordening van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), waarop de meeste gemeenten hun gemeentelijke Bouwverordening baseren. En in dat opzicht zijn er dus weinig veranderingen, omdat al jaren met deze eisen wordt gewerkt. Voor de gemeenten is het echter niet meer mogelijk om zelf afwijkende eisen te hanteren. Het eisenpakket is dus voortaan voor alle gemeenten gelijk, al is het nooit uit te sluiten dat er plaatselijke interpretatieverschillen optreden.
De meldingplichtige gebruikers van gebouwen worden geacht om zelf met het eisenpakket aan de gang te gaan. Na het versturen van de gebruiksmelding, is het mogelijk dat de brandweer een controle uitvoert, maar dat hoeft niet. Dat hangt sterk af van de prioriteiten die individuele gemeenten hanteren. Het is namelijk de bedoeling dat elke gemeente een eigen afweging maakt op basis van het aantal risicovolle objecten en de beschikbare menskracht en/of het beschikbare budget voor het uitvoeren van brandveiligheidscontroles. En dan kan het gebeuren dat er in een gemeente bijvoorbeeld veel zorginstellingen zijn, die alle aandacht opeisen. Dan blijft er weinig tijd over om bijvoorbeeld horecabedrijven te controleren. Toch legt het Gebruiksbesluit de verantwoordelijkheid voor de brandveiligheid primair bij de gebruikers zelf en dat is precies waar deze volgens VROM behoort te liggen. Overigens is het uitdrukkelijk de bedoeling dat de brandweer handhaaft. Dat wil zeggen: regelmatig steekproefsgewijze controles uitvoert. Een gebruiker loopt daardoor altijd de kans om aangesproken te worden op tekortkomingen. De gemeente heeft daarbij de mogelijkheid om sancties op te leggen.
Alle betrokkenen moeten wennen aan het nieuwe Gebruiksbesluit. Zowel de gebruikers van gebouwen als de functionarissen die zich bij de gemeenten met brandveiligheid bezighouden, hebben daarvoor tijd nodig en de verwachting is dat ze behoefte hebben aan hulpmiddelen en ondersteuning. Gebruikers kunnen wat dat betreft een adviseur inschakelen. Zowel adviseurs als bouw- en installatiebedrijven kunnen er aan bijdragen dat gebouwen in opzet brandveilig zijn en door vakkundig onderhoud ook brandveilig blijven. Nieuw is dat het Gebruiksbesluit verlangt dat het uitgevoerde onderhoud wordt aangetekend in een logboek. Zo is achteraf na te gaan hoe het onderhoud is verlopen.
Uiteraard voorzien wij u van een logboek waarin u het onderhoud kunt vastleggen.
Hierbij is Wardenburg Beveiliging & Telecom één van de weinige bedrijven waarbij dit ook online kan. Wij bieden onze klanten een online omgeving genaamd "Mijn Wardenburg", waarin u uw vestigingen kunt beheren, logboeken bij kunt houden per vestiging en gebruikershandleidingen kunt downloaden. Voor het bijhouden van deze logboeken kunt u zelfs uw collega's uitnodigen om u te helpen.
Wardenburg Beveiliging & Telecom vindt het belangrijk dat haar opdrachtgevers dag en nacht worden ondersteund. Daarom is Mijn Wardenburg ontwikkeld.
Opdrachtgevers van Wardenburg kunnen zich hier aanmelden om toegang te krijgen tot de volledige ondersteuning van Wardenburg. Heeft u vragen? Bel dan: 0598-397497 of e-mail naar: info@wardenburg.nl.
